|
Clicker-tips
|
Trainingsvoorbeeld
|
||||||||||||||||||
|
TARGET
|
VOER
|
||
|
Voordelen
|
Nadelen
|
Voordelen
|
Nadelen
|
|
- Niet afleidend van de oefening zelf. |
- Moet aangeleerd worden. |
- Hoeft niet aangeleerd te worden. |
- Leidt de hond af van wat hij doet. |
Voor een kleine hond zou ik naast mijn hand als target, de hond aanleren een target-stok aan te raken. Het voordeel van een target-stok met een kleinere hond is dat je hem kunt dirigeren zonder te hoeven bukken. Een bamboestok kan hiervoor al dienst doen. Hierbij plak ik één uiteinde af met wit isolerend plakband, zodat de hond duidelijk kan zien waar hij de stok moet aanraken. Met een minder opvallende kleur voor de hond - rood bijvoorbeeld - plek ik nog eventuele scherpe delen van de stok af. Onder het witte plakband doe ik vaak nog wat WC-papier of watten, als extra bescherming mocht de hond de stok per ongeluk in zijn in oog krijgen. Misschien is het overdreven, want ik heb het eerlijk gezegd nog nooit meegemaakt, maar ik neem liever het zekere voor het onzekere.
Als je een hond hebt die graag in stokken hapt en erop kauwt, is een
bamboestok in eerste instantie minder geschikt, omdat hij zichzelf kan
verwonden. Een metalen uitschuifbare aanwijspen, zoals men voor presentaties
gebruikt, is dan beter, omdat maar weinig honden graag in metaal bijten.
Als je hond graag in een stok hapt, klik dan nèt voordat de hond
de stok aanraakt en zorg voor superlekkere snoepjes die voor hem opwegen
tegen het zelfbelonende gedrag van in de stok bijten.
Om mijn hond te leren targetten op mijn hand, zou ik in eerste instantie ook een voertje als lokmiddel in mijn targethand kunnen houden om mijn hand extra aantrekkelijk te maken, of mijn hand met iets lekkers kunnen insmeren. Zelf hou ik daar niet van, precies vanwege bovenstaande nadelen van lokken met voer. Het leidt de hond af van wat hij aan het doen is, zijn verstand is meer bezig met "hoe kan ik dat koekje waar mijn neus vol van is te pakken krijgen?" dan met "hoe kan ik een klik verdienen?".
Als ik het al toe zou passen, zou het zijn omdat mijn hond absoluut niet in mijn hand geïnteresseerd is (iets dat ik me niet kan voorstellen). In dat geval zou ik het lekkers zo snel mogelijk - binnen 5 keer klikken - uit mijn hand weglaten. Zo leert mijn hond zo snel mogelijk dat het niet om het voertje gaat, maar om de oefening. Met het aanraken van mijn hand zònder lekkers kan hij dan zelfs een jackpot verdienen (want het is moeilijker)!
Zeker bij deze eigenlijk zeer simpele oefening breng ik liever het geduld
op om af te wachten tot mijn hond mijn hand (of de stok) uit zichzelf
aanraakt.
Ik ga mijn hond dus leren om mijn hand aan te raken voor een klik en beloning (K/B). Ik hou mijn hand in een vuist en steek 2 vingers uit. Zo ziet mijn hand er iets anders uit dan als ik mijn hond iets aanwijs, en het gebaar de hond niet verwarren met mijn gebaar voor de oefening 'blijf'.
Misschien gebruik je met jouw hond ook bepaalde handgebaren. Voorkom dat de manier waarop je je hand houdt, verwarring geeft bij de hond wat je nu bedoelt. Hou je hand anders dan je bij andere oefeningen doet. (Zie ook Toevoegen commando.)
Ik hou mijn hand zo'n 5 cm voor de snuit van de hond. De hond vraagt zich af wat er nu is, snuffelt aan mijn hand, K/B. Snuffelt nog eens K/B. Is even afgeleid, maar ik beweeg mijn hand een beetje, hij raakt hem weer aan met zijn neus K/B. En ik denk, nu heeft hij hem door. Dus hou ik mijn hand iets verder weg. Mijn hond kijkt er niet naar. Hij gaat zitten. Hij gaat af. Ik doe een stapje achteruit om hem weer overeind te krijgen. Hij kijkt mij aan. Kijkt even opzij. Ik beweeg mijn vingers weer even. Hè hè, eindelijk, hij raakt mijn vingers weer aan, K/B. Ik hou ze aan de andere kant van zijn hoofd, hij raakt ze weer aan, K/B. En ga zo verder, terwijl ik het steeds iets anders en steeds ìetsje moeilijker maak voor hem. Hij moet steeds ietsje verder reiken. Even later moet hij een stapje, dan twee stapjes verzetten en mijn hand aanraken voor een K/B. Na ongeveer 5 minuten stop ik na een leuk succesje en eventueel een klik/jackpot met de sessie.
N.B.: Iedere klik wordt door een beloning gevolgd! Dit blijft
altijd zo!
Bij het aanleren van een oefening, begin ik vaak te klikken voor iets dat heel simpel is voor de hond, maar wel al een beginnetje is voor het gedrag dat ik uiteindelijk wil. Bij deze oefening zou ik bijvoorbeeld ook al kunnen beginnen met klikken voor kijken naar mijn hand. Dan een beweging maken naar mijn hand. Hierboven vroeg ik de hond al snel om vanaf een ietsje grotere afstand naar mijn hand toe te gaan.
Ik knip de oefening dus in piepkleine stapjes, begin zo eenvoudig als
nodig is voor mijn hond, en schroef mijn eisen beetje bij beetje op. Vaak
kan dit al binnen een paar klikjes, soms moet je iets langer op een bepaald
niveau blijven hangen. Meestal is het zo dat hoe kleiner je je stapjes
maakt, hoe sneller je erdoorheen kunt gaan met je hond.
Dit herhaal ik, afhankelijk van de leersnelheid van mijn hond, nog een
of meer sessies, waarbij ik iedere aanraking blijf klikken, tot ik het
gevoel heb dat mijn hond de oefening goed begrijpt en vooral ook leuk
vindt. Dan wil ik dat hij mijn hand 2x aanraakt voor één
K/B. Dus: aanraak, aanraak, K/B. Een volgende keer is 1x aanraken weer
voldoende. Zo wissel ik 1x en 2x moeten aanraken voor een K/B steeds af.
Daarbij ben ik wel onvoorspelbaar. Soms krijgt hij 3x achter elkaar direct
een K/B na het aanraken, dan weer klik ik twee keer achter elkaar pas
voor 2x aanraken.
Als dit vlot gaat, vraag ik mijn hond soms om 3x aan te raken voor een
K/B. Enzovoort.
Mijn hond weet vanaf nu nooit wanneer hij nu een beloning kan verwachten voor deze oefening. Het kan na 1x zijn, maar ook na 2 of 3x. Of na 4, 5 of 6x, afhankelijk van hoever ik dit variabel belonen heb opgebouwd.
Als dit soepel loopt, vraag ik mijn hond zijn neus aan mijn hand te houden, terwijl ik hem 5 cm verplaats. Dan 10 cm. Dan 20 cm. Deze afstand kan ik tegen deze tijd per klik iets verhogen. Beetje bij beetje kan ik hem vragen verder en langer achter mijn hand aan te blijven gaan. Zo zou ik hem bijvoorbeeld het volgen kunnen aanleren, maar ook vele, vele andere oefeningen uit dogdancing.
N.B.: Je bouwt dus het aantal kliks af, niet de beloning nà de klik! Altijd komt na iedere klik komt een beloning.
Bij het trainen is het belangrijk de soorten beloning af te wisselen. Bedenk: iedere dag chocoladetaart gaat op zeker moment toch echt een keer vervelen en zelfs tegenstaan! Nu kun je al soorten voertjes afwisselen, verschillende soorten spelen gebruiken, verschillende speeltjes, enz. Maar je kunt nog wat verder gaan.
Ik ga bedenken wat mijn hond in het leven allemaal leuk vindt. Achter een bal aan rennen, met de baas spelen, naar buiten gaan, losgelaten worden, in de auto springen, met een andere hond spelen... Iedere hond is verschillend en heeft zijn eigen favoriete activiteiten. Voor mijn hond zet ik die op een rij en ik maak er gebruik van.
Ik doe de hond zijn riem om vlak voor we de deur uitstappen. Hij zit bij mij netjes voor de deur te wachten en ik hou mijn hand voor zijn neus, op zo'n 10 cm. Hij raakt mijn hand aan, klik, en we stappen naar buiten. Bij het park gekomen, hou ik mijn hand zo'n 10 cm van zijn neus. Hij raakt hem aan, klik, riem eraf en vrij!
Hoe lang zou het nou duren voordat hij dit een èrg leuke oefening vindt? Uiteraard schroef ik al snel de eisen op naar meerdere keren aanraken, langere stukjes aanraken, enzovoort.
Overigens wissel ik op den duur bij alle oefeningen de beloning af. Lekkers,
spelen, met vrolijke stem prijzen, knuffelen, en uiteraard bovenstaande
mogelijkheden. Zo zorg ik ervoor dat de hond niet alleen nooit weet wanneer
hij beloond wordt, maar ook nooit zeker weet waarmee. Het zou 'gewoon
een brokje' of 'gewoon "braaf"' kunnen zijn, maar ook... iets
geweldigs! Hierdoor blijft hij gretig werken, altijd in afwachting of
hem niet iets geweldigs te wachten staat. Ik heb van mezelf een gokmachine
gemaakt, waar mijn hond verslaafd aan is!
Tijdens
het afwisselen van beloningen heb ik het toevallig al gedaan: op verschillende
plaatsen getraind. Maar voor iedere oefening is dit noodzakelijk, als
ik tenminste wil dat mijn hond een oefening ook overal kan uitvoeren.
Voor een hond is dezelfde oefening in een verschillende omgeving eigenlijk een nieuwe oefening. Als je hem een oefening tot en met het commando toe hebt aangeleerd in één omgeving, zal je hond jouw commando in een andere omgeving niet begrijpen. In officiële termen heet dit, dat de hond slecht kan generaliseren.
Trouwens, ook mensen hebben hier wel eens van. Zo oefenen mijn dogdance-cursisten voor een groepsdans, waarin ze een vaste plaats hebben. Als ze eens een andere plaats in de groep innemen, maken ze ineens allerlei fouten. Op een gegeven moment besloten we dat ze aan de andere kant van de trainingsring zouden starten met hun dans. Ze moesten alles precies hetzelfde doen als anders en het was nog altijd dezelfde trainingsring. Alleen moesten ze alle oefeningen nu met hun gezicht een andere kant op doen. Chaos!
Ik oefen een bepaald gedrag met mijn hond dus altijd in verschillende omgevingen: in verschillende kamers in huis, buiten in de tuin, op straat, in het park, op gras, op zand, enzovoort. In het algemeen heeft een hond minimaal 5 zeer verschillende omgevingen nodig om een oefening te kunnen generaliseren.
Als ik net in een nieuwe omgeving met het oefenen van het gedrag begin, ga ik ervan uit dat de hond het gedrag niet kent. Ik bouw de oefening dus weer vanaf stap 1 op! Het leuke is, dat de hond in iedere nieuwe omgeving de oefening weer sneller leert. Op een gegeven moment zijn misschien nog maar 3 kliks nodig in een nieuwe omgeving, en hij snapt het alweer. En uiteindelijk begrijpt hij direct wat ik vraag, ook in een nieuwe omgeving.
N.B. Het is overigens mogelijk dat ik een oefening in omgeving 1 al
gemiddeld iedere 10 oefeningen klik en beloon, terwijl ik in omgeving
5 nog iedere oefening versterk. Of dat ik in omgeving 1 al een commando
heb toegevoegd, terwijl ik in omgeving 4 maar net begonnen ben met variabel
belonen.
Per omgeving kan het trainings- en dus eisenniveau verschillen.
Als ik wil dat mijn hond de oefening onder alle omstandigheden kan uitvoeren, moet ik ook heel bewust trainen op afleiding. In eerste instantie train ik meestal in een rustige, weinig afleidende omgeving, zoals de woonkamer, de tuin of een rustige plek op straat. Gras is vaak al iets moeilijker vanwege de geurtjes, ergens waar af en toe een passant voorbijkomt, een nog wat drukkere plek, en een winkelcentrum is weer een stap verder. De hondenschool is vaak ook extra moeilijk, met al die leuke collega's van uw hond. Andere honden (leuk spelen of knokken), katten, schapen, konijnen (lekker jagen) of gewoon lekkere geurtjes: allemaal afleiding.
Als ik bewust ga trainen voor afleiding, zet ik voor mijn hond een top 10 aan afleidende zaken op een rij. Op 1 staat het allerafleidendste (en verleidelijkste) voor hem. Op 10 staat het minst verleidelijke. Ik begin te trainen voor wat op 10 staat. Ik manipuleer de omstandigheden zodanig, dat mijn hond alleen maar van mij uit zijn beloning kan krijgen.
Als op 10 kinderen zouden staan, zou ik een rustig kind vragen om op
10, 15 of 20 meter stil te staan en mijn hond niet aan te kijken. Dan
zou ik daar mijn oefening gaan doen. Als hij het geweldig vindt om met
kinderen te spelen, zou ik eventueel als jackpot aan het einde van de
sessie hem klikken en met het kind laten spelen (als het kind geen gevaar
loopt en het zelf ook leuk vindt, natuurlijk).
Vervolgens zou ik het kind steeds dichterbij laten komen, totdat het vlak
naast ons staat tijdens het oefenen. En de hond aan laten kijken. En lekker
druk laten doen. Net zolang tot hij zich helemaal niets meer van kinderen
aantrekt en netjes zijn oefening afwerkt.
Als mijn hond zover is, is hij helemaal klaar voor de afleiding op plaats
9. En zo werk ik systematisch het rijtje af, steeds ervoor zorgend dat
ìk de controle over de afleiding èn de beloning heb.
Een commando bij clicker-training is niet een commando in de zin van:
"je moet dit doen, want anders...". Het is meer een seintje
aan je hond dat als hij nu doet wat je van hem vraagt, hij een beloning
zou kunnen krijgen. Dit betekent niet dat een commando bij clicker-training
iets vrijblijvends is!
Bij de keus van een commando is het belangrijk op een aantal zaken te letten:
Het commando moet dus uniek zijn voor één oefening en moet
altijd hetzelfde klinken. Dat is ook een van de redenen waarom het kort
moet zijn: twee lettergrepen geven erg veel uitspraakmogelijkheden. Voor
een hond is "zzzzit", "zittt" en "zìhit"
echt niet hetzelfde! Daarom moet je een commando consequent hetzelfde
uitspreken... òf hem alle verschillende uitspraken als aparte commando's
aanleren!
Voor gebaren als commando gelden precies dezelfde regels: hoe korter hoe
beter, ze mogen niet op andere gebaren als commando lijken (denk aan houding
van de hand bij het trainen van je hand als target) en moeten altijd hetzelfde
uitgevoerd worden.
Voor targetting kun je bijvoorbeeld een commando als 'touch', 'neus',
'poot', 'raak' of 'stok' gebruiken, waarbij je uiteraard weer nagaat of
je die woorden of in klank gelijkende woorden niet al voor iets anders
gebruikt.
Een commando voeg ik toe op het moment dat ik volledig tevreden ben over de uitvoering van de oefening. Wanneer ik tevreden ben, hangt af van wat ik met de oefening wil. Wil ik een oefening in wedstrijden gebruiken, dan moet hij altijd perfect uitgevoerd worden en al aardig bestand zijn tegen afleiding, dus feitelijk al het hele trainingstraject hebben uitgevoerd. Een oefening na het toevoegen van het commando 'bijwerken' kan erg wisselvallige uitvoeringen tot gevolg hebben, zeker onder invloed van stress (zenuwen bij een wedstrijd bijvoorbeeld).
Als het traject erg lang gaat duren, gebruik ik trouwens vaker een voorlopig commando voor een gedrag. Vroeg in de training leer ik de hond dan bijvoorbeeld dat gaan liggen 'down' heet. Later doop ik de oefening voor de hond dan om tot 'af'.
Is het een oefening voor huis-, tuin- en keukengebruik, dan kan ik er veel eerder een commando aan toevoegen. Dan kan ik bijvoorbeeld genoegen nemen met een scheve zit.
Het commando toevoegen doe je door het woord zachtjes te zeggen net voordat de hond het gaat uitvoeren. Daarvoor moet je al zeker weten dàt de hond het gaat uitvoeren. Het beste heb je hem in die trainingssessie al een paar keer kort achter elkaar geklikt, voordat je je woordje toevoegt.
Na het geven van het commando, wacht je 10 seconden of de hond het uitvoert.
Dus niet iedere keer vlak na elkaar herhalen, maar rustig even afwachten
of de hond het gedrag toch niet weer even doet. De hond is in het begin
vaak zelfs een beetje afgeleid doordat je ineens iets tegen hem zegt tijdens
een sessie. Vandaar ook dat je het commando in het begin heel zachtjes
zegt.
Als de hond het begrijpt, kun je het commando ook op normale toon zeggen.
Anders leert je hond alleen op je fluistering reageren. Vaak heel prettig,
maar in een rumoerige omgeving (dogdance-wedstrijd) of op afstand toch
minder handig.
Voert de hond het gedrag niet binnen die 10 seconden uit, dan ben je waarschijnlijk te vroeg met het toevoegen van het commando: het gedrag is nog niet sterk genoeg. Probeer het hooguit nog 1x, en ga anders eerst nog even verder oefenen.
Het toevoegen van het commando voor het gedrag moet je minstens 50 keer hebben herhaald, voordat de hond het commando kan kennen. Wel heb je kans dat je hond, net als bij de oefening zelf, in een andere omgeving het commando weer even vergeten is. Dus ook het commando moet je dus weer in zoveel mogelijk verschillende omgevingen trainen.
Bij het toevoegen van het commando ga je altijd weer even terug naar
een beloningsschema van 1:1.
Je beloont dus ìedere keer dat je een commando geeft en de hond
de oefening uitvoert. Voert de hond de oefening uit zonder dat je een
commando hebt gegeven, dan beloon je niet. Zo leert je hond de oefening
alleen uit te voeren nadat je het commando hebt gegeven.
Als de hond het commando eenmaal kent, bouw je de beloning weer variabel
af.
Als je hond te vaak na het commando iets anders doet dan de bedoeling
is, kan hij onmogelijk verband leren leggen tussen het commando en het
gedrag waar het voor staat. Hij leert dan bijvoorbeeld wel dat het commando
'zit' iets betekent als gaan zitten, maar snuffelen is ook een mogelijkheid.
Om te voorkomen dat je hond zo'n vaag verband legt, is het zo belangrijk
het commando altijd door het juiste gedrag te laten volgen.
Een commando is bij clicker-training dus beslist niet iets vrijblijvends!
Tot slot: voor de hond moet het een gewoonte worden om het commando op te volgen. En een gewoonte ontstaat door veel herhaling. Bij jezelf heb je vast al wel eens gemerkt hoe lastig het is een gewoonte te doorbreken. Hetzelfde geldt voor de hond.
Maar als de motivatie groot genoeg is, kan de hond tegen zijn gewoonte in reageren. En als hij die gewoonte vaak genoeg doorbreekt en er ook nog eens voor beloond wordt door succes, is het al heel gauw geen gewoonte meer! En als het opvolgen van het commando al geen gewoonte was... wordt het dat ook nooit!
Dus zorg ervoor dat je hond ieder commando opvolgt!
Zie voor meer tips over trainingssessies ook de artikelen Clickertips
en Clicker: veelgestelde vragen.
Leren gaat altijd samen met enige stress. Bij clicker-training ontbreekt de stress van onder druk gezet worden met dreigementen of dwang. De hond moet echter wel gedrag uitproberen en zien te achterhalen hoe hij je nu weer kan laten klikken. Als het allemaal van een leien dakje gaat, is dat natuurlijk erg fijn. Als er lichte frustratie ontstaan, waarna de hond alsnog de juiste oplossing weet te vinden, geeft dat de hond zelfs een enorme kick: doorzetten werkt!
Maar als het de hond maar niet wil lukken om te achterhalen waar je naar op zoek bent, is het op een gegeven moment zo frustrerend en daarmee stressvol dat hij het opgeeft. Dat is een heel vervelend gevoel. Denk maar aan hoe je je zelf voelt als je graag iets wilt leren en het lukt maar niet!
Het is dan ook erg belangrijk om te zorgen dat de stressniveaus voor de hond acceptabel blijven en altijd aan de positieve kant van de frustratiegrens te blijven. Goed kijken naar de lichaamstaal van je hond kan je daarbij helpen.
Net als mensen hebben honden bepaalde signalen waaraan je kunt zien dat ze onder stress staan. Het kan variëren van subtiele signalen als met de ogen wegkijken, kop wegdraaien, over de neus likken, tot duidelijker signalen als geeuwen, voorpootje optillen en hijgen. En er zijn er nog veel meer. Humphrey, mijn Maltezer, niest vaak uit stress tijdens de training. Ook uitrekken en een aangeleerde gedraging als aan de muur of de tegels krabben horen tot zijn signalen, hoewel deze meer in de sociale omgang met hem voorkomen dan tijdens trainingssessies.
Lichte
stress-signalen hebben mijn honden vaak tijdens het trainen. Humphrey
hijgt bijna altijd tijdens de training - maar hij kijkt daarbij zo vrolijk
uit zijn oogjes dat duidelijk is dat hij plezier heeft. Hij raakt wat
gefrustreerd als hij ineens hard uitblaast. Zoiets als wanneer wij "Hè!
Weer niet!" zeggen. Veel verder moet ik dan niet gaan. Ik weet dat
ik bij hem echt over de rand dreig te gaan als hij achter elkaar ander
gedrag aanbiedt dan waarmee ik bezig ben. Dan moet ik heel snel mijn eisen
verlagen. Ik probeer hem nog 1x een succesje te laten boeken en dan stop
ik.
Mijn Dalmaat trekt vaak zijn voorpoot op, maar zijn oren zijn vaak gespitst en zijn staart blijft kwispelen. Bij hem vind ik het moeilijker om het punt te bepalen waarop hij meer dan licht gefrustreerd raakt. Maar net als bij Humphrey weet ik dat ik snel mijn criteria moet verlagen en een goed punt om te stoppen moet kiezen als hij achter elkaar ander gedrag gaat aanbieden dan waar we mee bezig waren.
Beide honden hebben in de loop van de jaren dat we aan clickertraining doen, een behoorlijk doorzettingsvermogen gekregen. Ze moeten behoorlijk gefrustreerd zijn, willen ze het echt opgeven. Als het eens zover is, kan ik mezelf wel om de oren slaan, want dan heb ik de nodige signalen over het hoofd gezien!
Iedere hond vertelt op een andere manier dat je te lang bezig bent of
dat je het hem te moeilijk maakt door veel te grote stappen te nemen.
Frustratie kan zich op allerlei manieren uiten: weglopen, 'bevriezen'
(zie Tips voor trainingssessies hierboven),
maar ook piepen, blaffen en bij een echt opgefokte enkeling zelfs bijten!
Allemaal tekenen voor jou dat je véééél te
ver bent gegaan voor deze hond!
Stress bouwt zich op met tijd. Dus als een hond (of mens) langer gestresst is, lopen de stressniveaus sterk op. Deels daarom en deels vanwege de concentratie is het ook zo belangrijk om trainingssessies kort te houden. Zeker bij het eerste aanleren van een gedrag, wat zoveel concentratie kost en zoveel stress geeft, omdat de hond echt moet zoeken naar het klikbare gedrag.
Je hond kan jou - en andere honden - met zijn stress-signalen echter nog veel meer vertellen, en jij kunt via deze signalen zelfs met hem communiceren! Kijk op de pagina Meer informatie onder 'Calming signals'.
Op een zeker moment kan het gebeuren dat je de hond een commando geeft en dat hij de oefening niet uitvoert. Dit kan meerdere oorzaken hebben:
Wees altijd duidelijk voor je hond. Als je een commando iedere keer anders uitspreekt, veel loos babbelt rondom je commando, veel gebaren maakt om hem ergens toe te krijgen, fladderige kleding aanhebt die je hond hindert... dan ben je zelf een bron van afleiding voor je hond. Op welk signaal moet hij nu reageren?
Let altijd op hoe je zelf doet en hoe je hond erop reageert. Wees je dus bewust van je eigen lichaamstaal, je houding, je manier van bewegen, je manier van spreken (hoge toon, lage toon), de timing waarmee je dingen tegen de hond zegt, uiteraard timing van de klik, manier waarop je je beloning geeft... het is allemaal van invloed op de manier waarop je hond reageert.
Als je zeker weet dat geen van bovenstaand fouten van toepassing is, kan het helpen je hond duidelijk te maken dat zijn huidige gedrag hem gegarandeerd geen beloning oplevert. Ik associeer altijd een woordje, 'oeps', met het onthouden / wegnemen van beloning.
Ik kies 'oeps' omdat het kort is, je er weinig uitspraakvariaties aan kunt geven en omdat je het moeilijk kunt snauwen - ook omdat veel mensen het wel een grappig woordje vinden. Je moet het namelijk neutraal of zelfs neutraal-vrolijk of neutraal-verwonderd uitspreken. Het is geen straf, het is een mededeling: "sukkeltje, wat jammer, kans gemist, voor dit gedrag krijg je niets".
Op het moment dat de hond een oefening niet doet, terwijl hij hem echt wel zou moeten kennen, zeg ik 'oeps', ik haal kaas uit mijn zak, haal hem even langs de neus van de hond om hem duidelijk te laten weten wat hij mist, en eet de kaas vervolgens zelf op. Met ander voor menselijke consumptie geschikt eten werkt dit ook uitstekend. Dit is maar één manier. Er zijn er meer te bedenken, en vaak gebruik ik er meerdere door elkaar:
Zowel het negeren als het beëindigen van de sessie zijn time-outs. Let wel op: sommige honden kunnen hier erg gevoelig op reageren, zeker op het direct beëindigen van de sessie. Voor deze honden is het een zware straf. Dan kun je beter de eerste versie van 'oeps' gebruiken. En wees er tevoren zeker van dat je hond het verdient. Gebruik het alleen als je zeker weet dat de fout niet aan jou ligt (te lang bezig, te hoge eisen, te weinig getraind, enz.).
En net zoals bij de klik is bij 'oeps' de timing belangrijk: direct reageren
dus.
Generaliseren - Herkennen dat wat in de ene situatie geldt, ook onder andere omstandigheden zo is. Dit kan gelden voor een nieuw aangeleerd gedrag, maar ook voor een commando dat de hond in een nieuwe omgeving plotseling niet meer herkent.
Jackpot - Een extra grote beloning na een klik voor een extra goed uitgevoerde oefening. Bijvoorbeeld 10 lekkertjes in plaats van 1, spelen, gek doen met de hond, extra knuffelen, net wat jouw hond geweldig vindt.
Target - Iets dat je de hond kunt leren aanraken met zijn neus of poot, waarmee je hem weer andere oefeningen kunt aanleren. Bijvoorbeeld je hand of een target-stick als neustarget gebruiken, waarmee je je hond kunt leren zitten, liggen, weven, draaien en nog veel meer. De riem van je hond als target, waarmee je je hond heel simpel de oefening 'terug plaats' kunt aanleren. Een plastic plaatje als poottarget, waarmee je je hond bij behendigheid de raakvlakken kunt leren aanraken en bij flyball het bedieningsplankje om de bal te lossen.
Variabel belonen - Variabel belonen betekent dat je je hond gemiddeld na een bepaald aantal oefeningen beloont. Het gevolg van variabel belonen is dat de hond nooit weet wanneer de beloning nu precies komt en dus altijd even hard blijft proberen, hij daardoor zelfs gretiger wordt en de oefening steviger. Zie ook Variabele beloningsschema's.
Zie voor meer informatie en links over clickertraining de pagina Meer informatie.
|