Afwerking van de dans
Je dans staat nu op papier, en gedeelten heb je vast ook al geoefend
met je hond. Maar hoe maak je je nu met je dans èn je hond zo goed
mogelijk 'wedstrijdklaar'?
Oefenen
Trainen met muziek
Trainen zonder hond
Train kleine stukjes
Anticiperen
Blaffen
Hou het leuk en afwisselend
Improviseren
Aantekeningen
Wennen aan wedstrijdomstandigheden
Oefenen
Het is misschien een open deur, maar om je dans straks bij een wedstrijd
goed te kunnen uitvoeren, moet je veel trainen. Zelfs met een korte dans
heb je al heel gauw 10 verschillende (versies van) oefeningen bij elkaar.
Reken maar uit hoeveel tijd je ermee kwijt was om je hond zijn eerste
10 oefeningen aan te leren bij de gehoorzaamheidscursus. En op muziek
moet hij de oefeningen dan ook nog prompt op je commando uitvoeren.
Trainen met muziek
Maar je moet zelf ook heel veel leren. Leren om met je hond op muziek
te lopen. Zelfs zonder oefeningen erbij is dat vaak al wennen.
Leren je geduld te bewaren en relaxt te blijven in de training, ook al
heb je 5 keer de passage in de muziek gemist die je wilde oefenen, omdat
je hond te langzaam reageerde. Je geduld verliezen is het allerlaatste
wat je moet doen als je een vrolijke hond op de dansvloer wilt hebben!
Een paar tips die ik hiervoor kan geven:
- Voor het aangeven van het ritme kun je meestal het hele nummer gebruiken
en heb je niet die ene, specifieke passage nodig.
- Je kunt een zakmetronoom gebruiken (zie de pagina Benodigdheden)
- Voor het oefenen van specifieke passages knip je de muziek op CD of
cassette in kleine stukjes, zodat je makkelijk een onderdeel van de
muziek op repeat kan zetten of op een andere manier snel terug bent
bij wat je wilde oefenen - dat scheelt niet zozeer in de fouten, maar
wel in de ergernis.
Als je een walk- of discman gebruikt en je krijgt rare reacties van je
hond (verbaasde of zelfs angstige blikken, weglopen e.d.) kan het helpen
het volume zachter te zetten. Als je muziek hard staat, hoor je je eigen
stem niet goed en heb je de neiging de muziek te willen overschreeuwen.
Je hond hoort jou echter uitstekend. Dat getoeter van jou in zijn oor
is voor hem alleen maar raar en zelfs beangstigend.
Trainen zonder hond
Het is belangrijk dat jij als baas precies weet op welke beat, op welke
noot je welke beweging in moet zetten. Dat houdt in dat je je dans tientallen
keren 'droog', dus zonder hond, moet oefenen.
Het leren van je dans kun je natuurlijk doen door de muziek steeds van
voren af aan te draaien. Dat wordt echter frustrerend als je steeds halverwege
ergens een fout maakt en helemaal opnieuw moet beginnen. Bovendien leer
je dan het begin van de dans uitstekend, en het einde aanzienlijk minder.
Ook voor jezelf is het in stukjes knippen van de muziek dus erg nuttig!
Je kunt je dans ook juist achterstevoren leren: eerst het laatste couplet,
tot je dat goed kent. Dan het voorlaatste + het laatste. En zo voort,
tot je het hele nummer kent. Het voordeel hiervan is dat je tijdens de
dans op steeds bekender terrein komt, wat voor jezelf in de wedstrijdring
enorm motiverend werkt!
Zelf tel ik veel in mezelf mee op de muziek. Dit tellen doe ik vanaf
het begin van de training, zodat het op een gegeven moment bijna automatisch
is. In het begin heb ik dit hard nodig om precies te weten waar ik welke
beweging in moet zetten. Naarmate ik de muziek beter ken, leer ik elementen
in de muziek herkennen die voor mij de volgende passage 'aankondigen'.
Het tellen beperk ik dan tot gedeelten waar ik zonder tellen makkelijk
de fout in ga.
Dat ik tellen nodig heb, is goed te zien aan mijn dansbeschrijving: er
staat precies hoeveel tellen ik welke oefening doe. Ook geef ik soms aan
op welke tekst of ander muziekelement ik een bepaalde beweging in moet
inzetten.
Zonder hond oefen ik ook meer op de houdingen die ik zelf wil aannemen
tijdens de dans. Uiteraard rechtop lopen (tenzij de dans iets anders vraagt),
maar ook op bepaalde gedeelten in de muziek waar ik een bepaalde pose
wil aannemen, of iets met mijn armen en benen wil doen.
Ook
het ringformaat is bij het zelf vooroefenen iets om rekening mee te houden.
In Nederland bestaan nog geen uniforme wedstrijdregels en het ringformaat
kan nog wel eens verschillen. Informeer tevoren hiernaar. Zo kun je tijdens
je training thuis je dans zo leren inrichten dat je voldoende ruimte hebt
voor alle oefeningen, en als dat kan ook nog eens de belangrijkste oefeningen
in een gunstige positie ten opzichte van de jury uitvoert. Dit zet ik
voor mezelf helemaal op papier, en oefen ik een aantal keer. Hoe dat eruit
ziet, vind je in Tips voor noteren
dans.
Train kleine stukjes
Met je hond kun je de dans het beste in kleine stukjes trainen. De losse
oefeningen op maat van de muziek, overgangen van een oefening naar de
volgende, lastige stukjes. Als je verder bent, af en toe eens één
couplet, of twee, en tussendoor weer losse oefeningen. Dit voor afwisseling
in de training en om anticiperen (zie hieronder) te voorkomen. Pas tegen
het einde oefen je een enkele keer een kwart of de helft van het nummer.
Waarom?
Je hond moet de oefeningen eerst in het voor hem meestal nieuwe ritme
leren uitvoeren. Misschien moet hij ietsje harder dan anders, of juist
korte pauzetjes in leren bouwen. Voor een hond spreekt dat echt niet voor
zich en is dat echt iets nieuws.
Ook overgangen van de ene naar de andere oefening zijn voor de hond een
heel nieuwe oefening op zich. Dus kleine stukjes oefenen met hem, zodanig
dat hij alle kans heeft een beloning te verdienen voor goede uitvoeringen.
Bij overgangen kan ik dan als volgt te werk gaan:
- Eerst wil ik dat de hond alle onderdelen kent. Dus de oefening ervoor,
de overgang zelf, en de oefening erna. Stel het is een overgang van
2x draaien aan mijn linkerzij, achter mij langs naar mijn rechterzij,
vanwaaruit ik hem 6x tussen mijn benen laat weven.
- Dan zorg ik er eerst voor dat de hond kan draaien aan mijn linkerkant.
En dat hij kan weven tussen mijn benen met insteek aan mijn rechterkant.
En ik leer hem achter mij langs te gaan van mijn linker- naar mijn rechterkant.
Allemaal los van elkaar. (Meestal zal de hond minimaal het weven en
de draai al kennen.) Pas als de hond alle drie die onderdelen goed kent,
ga ik ze aan elkaar plakken.
- In 1 trainingssessie oefen ik dan eerst kort de oefening na de overgang,
dit geval dus het weven. Dan laat ik de hond de laatste helft van het
achter mij om gaan doen, gevolgd door 2x weven. Een paar keer herhalen.
Dan laat ik de hond helemaal van rechts naast me, achter me om gaan
en 2x weven. Een paar keer herhalen.
Gaat dit allemaal vloeiend, dan komt de volgende stap. Zo niet, dan
stop ik de sessie met een succes, oefen ik deze twee onderdelen eerst
nog een of meerdere keren samen, en als dat goed werkt, neem ik de volgende
stap.
- De volgende stap is het samenvoegen van de draai met de overgang.
Als dat goed gaat, voeg ik alledrie de oefeningen samen: 1x draai, achterom,
2x weven met insteek aan mijn rechterkant.
- Pas als dat goed gaat, ga ik langer weven na de overgang en meerdere
draaien ervoor oefenen.
Tijdens de verdere training kan ik dan nog trainen: de oefening voorafgaand
aan het draaien, de draai, overgang. Of overgang, weven, oefening erna.
Ik wissel dan vaak ook het aantal keren dat de hond de oefening moet doen.
Bijvoorbeeld de ene keer 6x weven, een andere keer 8x, dan weer 3x, enzovoort.
Anticiperen
Sommige honden zijn meesters in het anticiperen. Maar ìedere hond
gaat oefeningen 'alvast' uitvoeren als je ze altijd achter elkaar vraagt.
Zeker als ze gek zijn op die volgende oefening.
Als je hond helemaal gek is op een bepaalde oefening en hem voortdurend
te pas en te onpas doet tijdens het trainen, kun je die oefening beter
maar heel af en toe trainen. Wel kun je die oefening als beloning gebruiken
zaken die hij minder leuk vindt om te doen.
Afhankelijk van de mate waarin je hond neigt tot anticiperen, train je
achter elkaar komende oefeningen bijna altijd apart van elkaar. Ook breng
je veel afwisseling in de manier van trainen aan, zodat de hond nooit
kan voorspellen wanneer er en bepaald commando komt - of zou kunnen komen.
Blaffen
Blaffen is iets dat direct moet worden gestopt. Het risico is anders
erg groot dat je hond het blaffen 'meeleert' met de oefening. Voor hem
zijn beide dan onlosmakelijk met elkaar verbonden. Ik heb inmiddels zelf
ervaren dat het afleren ervan achteraf erg moeilijk is (maar niet onmogelijk).
Op een wedstrijd vind ik overdreven blaffende honden bijzonder irritant,
zeker als het verder gaat dan een paar blafjes uit opwinding. Er zijn
honden die nauwelijks 10 seconden zwijgen in de ring. Het blaffen verdringt
geregeld de muziek naar de achtergrond. Bovendien verstoort het blaffen
soms de bewegingen van de hond, zodat deze zich schoksgewijs voortbeweegt.
Blaffen kan meerdere oorzaken hebben: o.a. stress, maar ook enthousiasme
en plezier in de oefening.
Er zijn een aantal mogelijkheden om stress te voorkomen:
- Kijk of de stress door externe omstandigheden wordt veroorzaakt. Is
dat zo, vermijd die omstandigheden. Laat hem er voorzichtig aan wennen,
waarbij je niet verder gaat dan de hond aankan.
- Verlaag bij het trainen je eisen en bouw de oefeningen in veel kleinere
stapjes op. Hierdoor kan de hond het leerproces veel makkelijker volgen,
waardoor hij het gevoel heeft dat hij meer greep op de zaak heeft, wat
minder frustratie en dus minder stress geeft.
- Hou de trainingssessies korter, zodat de hond minder kans heeft stress
op te bouwen. Net als een mens bouwt een hond meer spanning op naarmate
hij langer in een stressvolle situatie zit.
- Zorg ervoor dat je eigen communicatie duidelijk is, zodat je hond weet om welke oefening je vraagt. Geef je wel het juiste commando (klinkt dom, maar ik betrap mezelf er geregeld op dat ik een verkeerd commando geef)? Is het wel verschillend genoeg van andere commando's? Lijkt jouw beweging op dat moment op een beweging op een ander punt in je dans, waarbij je hem om een andere oefening vraagt? Of op een beweging uit een eerdere dans, waarbij je hond iets heel anders moest doen? Als je een trainingsmaatje hebt, vraag die dan om te kijken of jouw gebaren misschien voor meerdere uitleg vatbaar zijn voor de hond.
- Let bij dit alles op stress-signalen:
geeuwen, neus likken, voorpootje optillen, hijgen, enz. Honden hebben meestal
een aantal vaste signalen die ze vaker laten zien. Leer ze herkennen.
Als de hond deze vertoont, is het tijd om de sessie te stoppen, liefst
met een simpel succesje. Doe in je volgende trainingssessie een of meer
stapjes terug in de training, en bouw het vandaaruit rustig weer op,
in het tempo van je hond.
Als de hond blaft vanwege enorm plezier in de oefening, is de remedie
heel simpel: stop direct met trainen. Zeg op rustige toon 'oeps', ga stijf
rechtop staan, kruis je armen, wend je hoofd hooghartig af en kijk naar
de lucht. Bij herhaling ruim je na je signaal 'oeps' de trainingsspullen
op zonder de hond enige aandacht te geven. De plezierige activiteit stopt
(is een negatieve straf, zie de pagina Straf:
veel valkuilen) door het blaffen. Hierdoor gaat de hond minder blaffen,
tot hij het ten slotte opgeeft. Bovendien voorkom je zo dat je per ongeluk
zijn blaffen tijdens de oefening versterkt.
Let bij het toepassen van, ook negatieve, straf wel op: als je het te vaak toe moet passen, is er vast iets anders aan de hand!
Minimaal begrijpt je hond niet dat jouw straf om het blaffen gaat. En mogelijk blaft hij niet van plezier, maar van stress of opgebouwde spanning.
Een risico is verder bij te vaak straffen dat je hond denk dat hij de oefening zelf fout doet, waardoor hij onzeker wordt en/of de oefening nìet meer uitvoert. In ieder geval kan hij door teveel straf makkelijk (weer) gestresst raken, waardoor hij juist gaat blaffen!
Hou het leuk en afwisselend
Zoals gezegd, op weg naar de wedstrijd moet je heel wat trainen. Zorg
voor genoeg afwisseling voor de hond, zowel in wat je traint als hoe je
het traint en de beloningen die je gebruikt. Dat maakt het voor jou en
voor je hond veel leuker.
Let goed op hoe lang je hond achter elkaar kan trainen. Sommige honden
kunnen het aardig volhouden, zeker ervarener honden, anderen zijn na 3
minuten helemaal op. Het ligt er ook aan wat je traint. Iets nieuws is
veel intensiever dan een ruimschoots bekende oefening - tenzij je een
bepaald aspect daarvan aan het bijwerken bent, waardoor het weer iets
nieuws is voor je hond.
Train steeds in een andere volgorde. Voor honden die het lang volhouden,
doe je de ene keer 4 oefeningen in het kort, de andere keer concentreer
je je op niet meer dan 1 of 2 oefeningen. Dan concentreer je je weer op
niet meer dan 1 oefeningen, en doe je er 2 in het kort in eenzelfde sessie.
Veel honden vinden het leuk om af en toe iets nieuws te leren. Ook dit
kan een welkome afwisseling vormen in je training. Vaak vindt de hond
de nieuwe oefening zo leuk dat hij hem te pas en te onpas overal doorheen
gooit. Negeer dit gedrag en maak je geen zorgen: dat enthousiasme hoort
bij een nieuwe oefening. Het slijt als de oefening 'gewoon' wordt (en
je het verkeerde uitvoeren niet beloont!).
Ook
afwisseling in je beloningen is heel belangrijk.
Afwisseling in de beloning is belangrijk om de interesse bij de hond wakker
te houden. Zo kun je voer en spelletjes afwisselen, en sòòrten
voertjes en spelletjes, enzovoort. Maar je kunt in je afwisseling aanzienlijk
verder gaan.
Als je bijvoorbeeld je hond los wil laten tijdens je wandeling, kun je
hem vragen een oefening te doen voor het voorrecht los te mogen lopen.
Hetzelfde geldt voor het voeren: vraag er een DD-oefening voor. Je hond
is gek op autorijden? Vraag hem een oefening voor je hem in de auto laat
springen.
Improviseren
Een (uitstekend) Duitstalig doggy dance-boek geeft het advies om enerzijds
je dans goed voor te bereiden, maar anderzijds zeker ook je te oefenen
in improviseren. Dit voor het geval het ergens fout gaat in de ring. Op
die manier kun je een fout voorbij laten gaan, zonder dat iemand er iets
van merkt.
Het is nog niet zo lang dat het mij lukt om met mijn honden te improviseren.
Ik moet zeggen, het is erg leuk en soms heeft de hond een spontane inval
die ik weer in een nummer kan gebruiken. Ten slotte geeft improviseren
op je dans (of op andere muziek) weer variatie in je training.
Ik vond het dan ook een erg goed advies en wilde het niet voor me houden.
Het boek staat overigens vermeld op de pagina Meer
informatie.
Aantekeningen
Om van alle te trainen oefeningen bij te houden wat ik wanneer heb getraind
en hoe dat ging, lukt mij niet zonder aantekeningen. Minimaal maak ik
een lijst met oefeningen die in de dans zitten en de overgangen. Hierop
geef ik per week aan wat ik getraind heb, en heel kort hoe dat gegaan
is. Aan het eind van de week bekijk ik of de oefening een stap moeilijker
kan, of dat deze op dat niveau nog niet stabiel genoeg is en ik nog even
verder moet oefenen. Een aantal voorbeelden van hoe mijn aantekeningen
eruit zien, vind je in Tips voor noteren.
Wennen aan wedstrijdomstandigheden
Wat mij bij doggy dance-wedstrijden tot nu toe opvalt, is dat honden
in de beginnersklasse soms meer bezig met hun omgeving dan met de baas.
Bij navraag blijkt de hond het thuis geweldig te doen. Op de wedstrijd
is de hond volledig overweldigd door alle nieuwe indrukken: al die mensen,
al die honden, werken in een trainingshal, vreemde omgeving, vreemde geuren...
Alles is nieuw, geen wonder dat hij alles even vergeten lijkt!
Met andere woorden: het is heel erg belangrijk om je hond alvast aan
al die rare omstandigheden te wennen. Nadat je (een gedeelte van) je oefeningen
thuis hebt getraind, ga je buiten trainen. Eerst op een plek waar niet
teveel afleiding is. Dan ergens waar het al iets drukker is. Ga naar de
supermarkt, eerst op een rustig tijdstip, dan als het druk is. Ga naar
een winkelcentrum. En op een hondenschool kan je hond natuurlijk goed
wennen aan veel honden om zich heen.
Ik weet dat een aantal doggy dancers demonstraties deels gebruikt om
de hond aan wedstrijdomstandigheden te laten wennen. De echte goeden doen
dat op hondententoonstellingen - zover ben ik echt nog niet! Maar ook
op clubdagen van je eigen hondenvereniging kun je een demonstratie geven
of eraan meedoen. Zo iets levert vaak erg leuke reacties op, zeker omdat
deze sport nog vrij onbekend is.
Ook zijn er die zo nu en dan in een bejaardentehuis de senioren laat meegenieten
van de kunsten van hun hond. Een goede oefening voor de hond en bovendien
een doorbreken van de sleur voor de bejaarden. Wel is het belangrijk dat
de hond zeer sociaal is, want de kans is groot dat hij als een aai-object
wordt gezien.
|